Een goede wandelschoen begint bij een goed inzicht in je voeten. Daarom start het advies bij Intersport Luxen altijd met een meting. “We kijken naar lengte, breedte en hoogte van de voet, maar ook naar hoe iemand landt en waar de drukpunten zitten,” legt Dick uit. “Heb je een neutrale voet, of juist een platvoet? Dat bepaalt mede welke schoenen geschikt zijn.”
Op basis daarvan wordt een selectie gemaakt. Maar het laatste woord ligt altijd bij de klant. “Wij schrijven niets voor. We adviseren zo goed mogelijk. Uiteindelijk kiest iemand zelf wat prettig voelt.” Dat sluit perfect aan bij een bekende uitspraak van Johan Cruijff: ‘Je moet niet doen wat ik zeg. Je moet goed luisteren naar wat ik zeg en dan zelf beslissen wat je doet.’
En misschien gaat dat tegenwoordig nog wel meer op dan vroeger. “Klanten komen vaak goed voorbereid binnen. Ze hebben online al van alles gezien en denken: dit moet ik hebben. Soms klopt dat, maar soms ook niet. Dan laten we ze alternatieven proberen. Vaak voelen ze zelf wat beter is.”
Wat Dick ook ziet, is een duidelijke verschuiving in het type schoen en die heeft alles te maken met de oorsprong van de wandelschoen zelf. “Van oudsher komen wandelschoenen uit de bergsport. Het waren stevige, hoge schoenen, bedoeld om je enkels te beschermen op rotsachtig en zwaar terrein. Degelijk en veilig. Daar draaide het om. Nu zie je dat veel mensen kiezen voor lichtere, lagere schoenen, meer richting trailrunning. Dat loopt lekker licht en comfortabel.”
Die ontwikkeling is logisch, maar vraagt wel nuance. “Voor vlakke routes of Nederlandse omstandigheden werkt dat prima. Maar ga je de bergen in of op ruiger terrein lopen, dan adviseer ik toch een steviger model. Die extra steun en stabiliteit maken dan echt het verschil.”