Kooptips trekkingstokken voor wandelaars

Het hoe en waarom van wandelen met trekkingtokken. Wandel.nl geeft tips.

Met behulp van een paar trekking- of telescoopstokken gaat het wandelen makkelijker. Je loopt er beter mee rechtop en in een gelijkmatiger tempo. Zowel bergop- en bergafwaarts als op het vlakke. De berekeningen lopen uiteen maar een wandelaar met rugzak ontlast met stokken de rug, knieën en voeten minimaal met zo’n tien en mogelijk zelfs tot zo’n dertig procent.

Waarom trekkingstokken?

De redenen om met trekkingstokken te wandelen zijn zowel van fysieke als van psychische aard. Wie veel en met een zware rugzak wandelt belast het lichaam en met name de knieën zwaarder dan waar het lichaam van nature voor gebouwd is. De kans op overbelasting en blessures neemt daarom toe. Door echter met stokken te lopen ontlast je de knieën aantoonbaar.

Sinds de jaren negentig zijn hier verschillende wetenschappelijke onderzoeken naar uitgevoerd (o.a. Dr. Neureuther, Beierse Bergwacht Garmisch Partenkirchen, en de Universiteit van Northumbria) met uitkomsten die elkaar ondersteunen. Zo werden mensen erop uitgestuurd met stokken waarin drukmeters waren aangebracht. Een wandelaar van normaal gewicht blijkt dan bij het stijgen met stokken de knieën te kunnen ontlasten tot wel 5 kilo per stap, en bij het afdalen zelfs nog meer. Tel op je winst bij een volle wandeldag. In percentages uitgedrukt zal de ontlasting van de knieën en de rug ergens tussen de 10- en 30% liggen.

Een ander onderzoek wees uit dat mensen die wandelen met stokken na afloop minder vermoeid zijn en minder last krijgen van vermoeide spieren. Bovendien verloopt het herstel sneller. Bijkomend voordeel van minder vermoeidheid is een hogere alertheid op eventuele misstappen. Dat bevestigt dan weer het psychologische effect: mensen met trekkingstokken voelen zich zekerder en stabieler. Daarnaast zijn stokken in sommige situaties gewoon heel praktisch, bijvoorbeeld ter ondersteuning bij het oversteken via stenen van een beekje.

Bij veel wandelevenementen in eigen land is het overigens verboden om met stokken te lopen. Niet omdat het nut van het lopen met stokken niet wordt onderkent, maar omdat het wandelen met stokken in grote groepen tot onderlinge ongelukken zou kunnen leiden.

De lengte van een trekkingstok

Het uitschuiven van telescoopstokken maakt het mogelijk om de stokken onder alle omstandigheden op de juiste lichaamslengte af te kunnen stellen. Hoe bepaal je bij aanschaf de juiste stoklengte? Ga rechtop staan met de armen bij de ellenbogen in een hoek van negentig graden. De afstand van de grond tot je handen is bepalend. Leg de handen in de polslussen en je hebt voor jou de juiste stoklengte in vlak terrein. De meeste trekkingstokken hebben een verstelbare lengte tussen de 110 en 140 cm en probeer indien mogelijk met de voor jou ideale lengte hier zoveel mogelijk tussenin te blijven. Stel beide stokken overigens altijd in op gelijke lengte.

Looptechniek met trekkingstokken

Wandelen met trekkingstokken doe je altijd met twee stokken. Lopen met één stok werkt als het gaat om het bewaren van het evenwicht, maar tegelijkertijd is de kans groot dat je het lichaam scheef gaat belasten, met problemen in bijvoorbeeld de wervelkolom of schouders tot gevolg. Om de voordelen van het wandelen met twee stokken maximaal te benutten is een goede looptechniek erg belangrijk. De stokken moeten recht voor de voeten worden gezet, maar niet te ver naar voren. Grote stappen moeten worden vermeden. Rechterbeen gelijktijdig met de linker-stok neerzetten, vervolgens linkerbeen met de rechterstok, enzovoort. Belangrijk dat er steeds zo rechtop mogelijk wordt gelopen. Omdat de afstand tussen de gebogen armen en de grond tijdens het afwisselend stijgen en dalen in een heuvelachtige of bergachtige omgeving telkens verschilt, heeft het wandelen met in lengte verstelbare telescoopstokken de voorkeur boven het wandelen met niet-verstelbare stokken. Bij het afdalen maak je de stok namelijk wat langer en bij het stijgen juist wat korter.

Trekkingstokken zijn echter geen polsstokken: soms gebruiken mensen de stokken bij het afdalen als afzetpunten bij het naar beneden springen. Wanneer dit gebeurt hebben ze slechts een averechts effect, want zowel knieën als polsen worden dan juist extra belast.

Verstelbaar: twee- of driedelig?

Vrijwel alle telescoopstokken bestaan uit twee of drie delen die ingeschoven of ingeklapt kunnen worden. Tweedelige stokken behouden ook ingeschoven meer lengte, waardoor ze meer ruimte innemen wanneer ze niet als wandelstok gebruikt worden. Driedelige stokken zijn beduidend compacter wanneer ze niet worden gebruikt. Dit is handig bij vervoer op de rugzak of in het vliegtuig. Hier tegenover staat dat een stok die uit twee delen bestaat altijd sterker is dan een driedelige stok. Een telescoopstok is om deze reden ook geen volwaardige skistok: hij kan als zodanig dienst doen maar is kwetsbaar bij valpartijen of wanneer er vol op wordt geleund bij het opstaan.

De verstelsystemen

Mocht er in de praktijk irritatie ontstaan over een trekkingstok, dan gaat het vrijwel altijd over het verstelsysteem. Je verwacht dat je, zonder veel kracht te gebruiken, snel en nauwkeurig van lengte kunt verwisselen en dat een eenmaal ingestelde lengte betrouwbaar is. Met andere woorden dat de stok bij belasting niet onverwachts inschuift. Het cruciale onderdeel is daarom het blokkeersysteem. De ontwerpers doen er alles aan om manieren te bedenken die zo min mogelijk kracht van de gebruiker vragen en tegelijkertijd een zo’n groot mogelijke blokkeerkracht geven.

Een wat gedateerde methode is het pin-systeem dat in een rij gaatjes springt. De blokkeerkracht is prima, maar het is soms zoeken naar de gaatjes en wanneer het veertje binnenin verschuift of z’n kracht kwijt raakt heb je een serieus probleem. De zogenaamde schroefblokkering bestaat al lang en werkt nog altijd goed. Door de stokdelen tegen elkaar in te draaien zet binnenin de stok een wig uit die de stokdelen blokkeert. Draai je de andere kant op dan heft de blokkering zich weer op. Soms raakt de wig los van het schroefdraad, maar vrijwel iedereen is in staat om dat zelf in het veld te verhelpen.

Tot slot zijn er snelklem-systemen, een beetje vergelijkbaar met de manier waarop je een wiel uit je fiets kunt laten vallen. Ze zijn gebruiksvriendelijk en vergen minder kracht dan een schroefblokkering, maar kunnen na verloop van tijd hun blokkeerkracht wat verliezen. Bij een fietswiel los je dit op door de hendel een paar slagen rond te draaien, bij een telescoopstok brengt de schroevendraaier uit je zakmes uitkomst. Laat je in de winkel uitleggen hoe de verstelsystemen werken, probeer ze daar zelf uit én, heel belangrijk, laat je uitleggen hoe je eventuele problemen in de praktijk zelf kunt verhelpen.

De extra´s

Hoe luxer de stok, hoe hoger de prijs. Denk bij extra comfort aan een laag gewicht, ingebouwde vering, comfortabele en slim verstelbare polslussen en een fijne, droge handgreep. De meeste stokken zijn van aluminium. Dat is sterk, licht, voldoende flexibel en betaalbaar. Stokken van carbon of titanium zijn belangrijk sterker én lichter, maar veel duurder. Het handvat is bij de goedkope modellen van hard kunststof, wat snel zweterige handpalmen oplevert. Het handvat kan echter ook van rubber, kurk of deels van foam gemaakt zijn. Vooral kurk voelt fijn aan. Het nut van een verlengd stuk foam onder het handvat is dat je de stok op korte steile stukken lager vast kunt houden zonder dat je de stok telkens hoeft te verstellen.

De stand van het handvat mag overigens iets naar voren hellen want dat past net iets beter bij de natuurlijke positie van de hand tijdens het wandelen. Alle stokken hebben een polsband die steun biedt tijdens het lopen en voorkomt dat je de stok kwijt kan raken wanneer de punt ergens in blijft steken. Vaak is de polsband eenvoudig, soms zacht en luxe. De enige juiste manier om de polsband te dragen is om de hand er vanaf de onderkant doorheen te steken en daarna op het handvat te leggen.

Punt & teller

Net boven de punt zit de teller (Duits voor 'schotel'), het ronde schijfje dat voorkomt dat de stok te ver in de grond kan zakken. Héél nuttig uiteraard in de sneeuw, maar ook in sompig terrein. Een paar telescoopstokken wordt standaard geleverd met smalle wandeltellers. Die zijn altijd vervangbaar. Voor gebruik in de sneeuw (telescoopstokken zijn onmisbaar bij het sneeuwschoenwandelen) kunnen er brede of héle brede tellers (voor de diepsneeuw) op worden gezet. Verder zijn er gummi asfalt-doppen al dan niet met stukjes metaal (‘spikes’) erin. Die voldoen beter als je veel op harde ondergronden (straat/asfalt) loopt. Ook worden veel stokken geleverd met rubberen dopjes over de stokeinden. Deze dopjes dienen ter bescherming wanneer de stokken niet gebruikt worden, en zijn niet bedoeld voor gebruik op straat.

De punt van een trekkingstok komt in aanraking met allerlei soorten ondergrond en is daarom gemaakt van keihard en slijtvast metaal. Soms zit de punt met een flexibele bevestiging aan de stok vast, om stokbreuk te voorkomen wanneer hij ergens tussen blijft steken.

De nadelen

Het wandelen met stokken is goed voor de gebruiker, maar helaas niet altijd voor de omgeving. Langs wandelpaden kom je steeds vaker gaatjes in de grond tegen, veroorzaakt door al die stokafdrukken. Dat komt omdat veel mensen hun trekkingstokken te wijd naast zich neerzetten. Reden voor de beheerders van natuurgebieden om soms direct naast het wandelpad hinderlijk gaas over de grond te spannen. Zo niet dan zouden de paden breder worden en de erosie toenemen.

Wie direct, of op jonge leeftijd, met stokken begint te lopen dreigt het ontwikkelen van het met name voor het bergwandelen zo belangrijke evenwichtsgevoel over te slaan. Je vertrouwt dan te veel op de ondersteuning van de stokken, terwijl de punt van de stok altijd van een rots af kan glijden of tussen de stenen kan blijven steken. Dit vergroot de kans op onverwachte valpartijen.

Tot slot is een trekkingstok op eventuele sneeuwvelden geen pickel: stokken bieden slechts schijnveiligheid en bij een eventuele valpartij zijn ze zelfs gevaarlijk.

In de winkel

Probeer voordat je een winkel binnen stapt het lopen met stokken liefst eerst even uit met een geleend paar. Bevalt het, dan heb je tegenwoordig in buitensportwinkels al snel de keuze uit enkele tientallen modellen. Reken voor een paar eenvoudige, tweedelig stokken op minimaal een bedrag van € 40. Een model van aluminium met een verlengd foamen handvat vaak ook nog betaalbaar. Verwacht je de stokken vaak op de rugzak te binden, kies dan voor een driedelige stok. Met het toenemen van het comfort (laag gewicht, ingebouwde vering, fijne en slim verstelbare polslussen, een droge handgreep) neemt ook de prijs behoorlijk toe. Er zijn zelf modellen waar je een fotostatief van kunt maken. Topmerken zijn o.a. Leki, Komperdell en Black Diamond. Maar belangrijker dan al die keuzemogelijkheden zijn een bij jouw lengte  passende stokmaat en de werking van het verstelsysteem. Laat de stok dus aanmeten en vraag aan het personeel uitleg over de verschillende verstelsystemen, en hoe je eventuele problemen daarmee in de praktijk op kunt lossen.

In de winkels kan je ook nog een ander type stokken tegenkomen: Nordic Walking stokken. Ze zijn langer dan trekkingstokken, vaak uit één deel en hebben een ander handvat en een andere polslus. Dit stoktype is niet geschikt voor lange, relaxte wandeltochten.


Meer lezen over jouw wandeluitrusting?

Naar wandeluitrusting of naar wandelaccessoires