Gerard van Amelsvoord: “Uiteindelijk stond ik daar bij de start, onwerkelijk en gespannen.”
"De 80 van de Langstraat bestond al een aantal jaren en elk tweede weekend van september zag ik een aantal mensen strompelend richting Waalwijk lopen. Wat mankeert iemand toch om de hele nacht te gaan wandelen? Maar stiekem had ik wel bewondering voor mensen die zo’n uitdaging aan durven. Zes weken voordat de “80” zou starten in 1995 besloot ik ook me in te schrijven. Meteen maar wandelschoenen aangeschaft en ik aan de wandel om kilometers in de benen te krijgen. Uiteindelijk stond ik daar bij de start, onwerkelijk en gespannen.
Na 14 ½ uur had ik de tocht voltooid met bloedblaren op mijn ingetapete hielen, zo stijf als een plank en al bijna vergeten dat het onderweg bij de laatste rustpost zwart voor mijn ogen werd. Normaal gesproken zou je zeggen “NOOIT MEER”, maar een onbeschrijflijk gevoel overheerste, dat ik dat toch maar mooi geflikt had. Later besefte ik, dat ik besmet was met het wandelvirus!
Als betere voorbereiding op die 80 ben ik veel georganiseerde tochten gaan lopen en de Langstraat was dan vaak het uiteindelijke doel en meteen het einde van mijn wandeljaar. Tijdens een uitstapje naar de Kennedymars in Klarenbeek raakte ik in gesprek met een andere loper. Hij: “Loop jij veel?” Ik: “Vrij veel, en jij?” Hij: “Niet zo veel, maar 5 per jaar, sommige lopen er wel 20 per jaar……..”
Nu loop ik tussen de 5 en 10 Kennedymarsen per jaar, de ene mars is een training voor de volgende, ik luister nu veel beter naar mijn lichaam , heb tijd genoeg voor een praatje onderweg, ben vastberaden om de finish te halen en telkens murw bij de finish, maar leef daarna dagen op een roze wolk. Heel bijzonder zijn voor mij de vele leuke, diverse contacten die je opbouwt binnen dit gemêleerde nomadenvolk."